Ik heb vorige week al verklapt dat deze maand in het teken van Overijssel zal staan. Overijssel staat bekend om zijn vele hanzesteden zoals Zwolle, Ommen, Deventer en Kampen. Leuk feitje is dat Zwolle dan wel de hoofdstad is van Overijssel, maar Enschede is de grootste stad.

Even zoeken op internet leerde mij dat Overijssel best veel streekgerechten kent zoals Deventer koek, kampersteur en Zwolse mosterdsoep.
Dat betekent dat er weer genoeg te proeven en uitproberen valt deze maand.

Het eerste recept wat ik gemaakt heb is een echt ouderwetse Twentse soep: humkessoep. De soep dankt zijn naam aan de humkes, oftewel stukjes snijbonen in de soep. Overigens wordt deze soep ook in de Achterhoek al van oudsher gemaakt.



Er zijn tegenwoordig heel veel variaties op internet te vinden. Zo beweert de één dat er alleen snijbonen in horen, terwijl de ander zegt dat er juist sperziebonen in horen. Ook de vleessoorten die er in verwerkt worden, verschilt per recept dat je tegenkomt. Zo heb ik schouderkarbonades, klapstuk en spekjes voorbij zien komen. Wat er oorspronkelijk precies in ging? Ik heb geen idee, maar ik weet wel dat deze goedgevulde maaltijdsoep zo in ieder geval erg lekker is.

Nieuwsgierig hoe je deze soep maakt, kijk dan hier voor het recept.

In deel 2 neem ik je mee naar de hoofdstad van Overijssel: Zwolle. Daar ontdekte ik diverse leuke zaakjes die zeker het bezoeken waard zijn. Ook kwam ik helaas tot de conclusie dat ik voor sommige zaken te laat was.