Net zoals de meeste vrouwen ben ik gek op shoppen. In mijn geval gaat het dan echter niet om kleding of schoenen. Ok, schoenen is een slecht voorbeeld. Tassen, kleding en tassen. Nee ik ben gek op supermarkten, toko's en andere winkels met etenswaren. Zoals de meeste vrouwen uren in kledingwinkels kunnen vertoeven, kan ik dat dus in winkels waar het om eten draait.

Het gevolg daarvan is een enorme voorraad aan voedingsmiddelen in huis. De keren dat ik me voornam om eerst de voorraad grotendeels op te maken voor ik weer naar de winkel zou gaan, die zijn niet op één en ook niet op twee handen te tellen. De laatste keer was afgelopen zaterdag... en je zult hem al aan voelen komen... het is de dag erna alweer mislukt. Ik wist echt (vrij) zeker dat het zou gaan lukken deze keer, tot ik in de barbecuezaak hier in het dorp was en ik een überschattige stoofpot zag. Je weet wel zo eentje die je aan een driepoot hangt met daaronder een houtvuur.

Het was liefde op het eerste gezicht. Waar ik nog aan het twijfelen was of we het wel moesten doen (nòg meer kookspullen, waar moet ik het toch allemaal laten?), had mijn partner in crime voor mij de knoop al doorgehakt. Hij gaat mee. En zo geschiedde :-).


   

En zo zat ik zondag, rustig roerend in mijn stoofpotje te wachten tot mijn eerste creatie klaar zou zijn: bigos. Een Poolse stoofschotel met zuurkool. Eigenlijk hoort er Poolse worst (kielbasa) in, maar ondanks verwoedde pogingen deze te bemachtigen kon ik hem niet gevonden krijgen. Daarom in plaats daarvan een grove rookworst en een Hongaarse pittige droge worst. Het is niet hetzelfde, maar bij gebrek aan beter moesten we het er maar mee doen.

  

Het was nog een hele klus om op een windstille dag het vuur goed brandend te houden, maar het resultaat was echt niet slecht voor de eerste keer.
En die goede voornemens... ach daar beginnen we gewoon weer opnieuw mee!